Door Voetbal4All Redactie · 25 mei 2026 · Nederlands voetbal
Slangenmens Rensenbrink, de kruising tussen Cruijff, Best en Lamine Yamal
NL
Rob Rensenbrink blijft in het geheugen gegrift als de man van de bal op de paal in de WK-finale van 1978. Oud-ploeggenoot Arie Haan benadrukt echter dat zijn bijdrage in 1974 onderbelicht blijft door een blessure.
Rob Rensenbrink, de legendarische Nederlandse voetballer, staat in het collectieve geheugen gegrift als de man die in de WK-finale van 1978 de bal op de paal schoot. Oud-ploeggenoot Arie Haan stelt echter dat deze herinnering niet recht doet aan Rensenbrinks kwaliteiten. Volgens Haan was Rensenbrink in 1974, door een blessure aan zijn rechterdijbeen, gedwongen om de finale op halve kracht te spelen. "Met een fitte Robbie in de basis waren we in 1974 wereldkampioen geworden," aldus Haan in de aflevering van Andere Tijden Sport die vanavond om 22. 15 uur te zien is op NPO 1. Pieter Robert Rensenbrink, geboren op 3 juli 1947 in Amsterdam en overleden op 24 januari 2020 in Oostzaan, was van de jaren zestig tot tachtig een aalvlugge buitenspeler. Hij speelde voor clubs als DWS, Club Brugge, Anderlecht, Portland Timbers en Toulouse. Rensenbrink was bekend om zijn technische vaardigheden en zijn vermogen om tegenstanders te passeren met zijn linkervoet. In de aflevering van Andere Tijden Sport wordt ook de vergelijking gemaakt met hedendaagse spelers zoals Lamine Yamal. Jan Mulder zegt: "Hij doet me denken aan Lamine Yamal," terwijl Haan de vergelijking met Johan Cruijff maakt. Ruud Krol noemt Rensenbrink een "speler van wereldklasse" die in zijn loopbaan veel wedstrijden in zijn eentje heeft gewonnen. De Hongaarse trainer Lajos Baróti gaf Rensenbrink in 1970 de bijnaam 'slangenmens' na een indrukwekkende wedstrijd waarin hij drie keer scoorde tegen Újpest Dósza. Rensenbrink zelf voelde echter vaak dat hij in de schaduw van Cruijff stond. "Ik word in het Nederlands elftal naar mijn gevoel te weinig aangespeeld," zei hij destijds. Rensenbrink was geen type dat met de vuist op tafel sloeg.
André Hazes' 'Wij houden van Oranje' als goaltune voor Nederlands elftal op WK
Als kind werd hij naar een gezondheidskolonie gestuurd om aan te sterken, waar zijn vader hem opdroeg niet te huilen. Dit leidde ertoe dat hij zijn gevoelens nooit meer toonde. Dit heeft bijgedragen aan het feit dat zijn gemiste kans in de WK-finale van 1974 nooit goed is belicht. Krol is stellig in zijn oordeel: Oranje had nooit een grotere kans om wereldkampioen te worden dan op 7 juli 1974. Rensenbrink in topvorm had Nederland hoogstpersoonlijk langs West-Duitsland kunnen loodsen, zo klinkt het. In 1978 kreeg Rensenbrink een nieuwe kans om zich te revancheren. In de finale tegen Argentinië stond hij klaar om de rol van de afwezigheid van Cruijff op zich te nemen. In de 91ste minuut stond echter een doelpaal zijn eeuwige roem in de weg. "Het was geen open kans," meende hij zelf. "Was dat het wel geweest, dan had ik me voor altijd geschaamd." Rensenbrink keek nooit terug op wat er niet was, tot hij in de jaren negentig een zeldzaam inkijkje in zijn ziel gaf. "Ik zou mijn voetbalcarrière nog wel eens willen overdoen. En die twee WK-finales dan winnen," zei hij. Zijn verhaal blijft een mix van talent, gemiste kansen en een introverte persoonlijkheid die zijn emoties nooit toonde.Deel dit artikel op: